“Hoe zie jij de komende jaren, Gordon?” vroeg een vriend me deze week. Ik wist dat hij absoluut niet in marsmannetjes gelooft – en ze zeker niet ziet vliegen – maar ik vertelde hem toch wat ik zie. Dat er de komende jaren veel meer bekend wordt over onze galactische achtergrond en het bestaan van andere beschavingen. Dat dit eerst een enorme schok zal zijn, maar ons beeld van onszelf daarna verruimt op een manier die ons hoofd nu niet kan voorstellen. Dat de komende jaren intens blijven, omdat steeds meer mensen niet meer mee willen draaien in een wereld die hen bang en klein houdt. Maar dat ons klein houden een kansloze exercitie is – ons bewustzijn is hier al te hoog voor. Binnen acht jaar zien we een andere wereld. Maar de reis daarnaar is belangrijker dan de bestemming.
Ik vertelde hem ook dat ik zelf geen overzicht heb. Dat ik het soms zoek – waar zijn we nou, waar gaan we naartoe – maar dat ik het niet vind in mijn hoofd. Alleen in mijn gevoel, in mijn lijf, in mijn hart. In tijden van chaos en afleiding trekt de buitenwereld ons al snel weg uit die verbinding. De uitnodiging is dan om te zakken – van hoofd naar hart.
Je hoofd draagt aangeleerde angsten en patronen. Het overzicht dat deze tijd vraagt, komt niet van daaruit. Het komt wanneer je stilte toelaat en je afstemt op wie je werkelijk bent – via resonantie in je hartcentrum, in je energetisch lichaam. Dáár herken je jezelf. Vanuit die stilte komen de antwoorden die vanuit onrust nooit kwamen.
