Waarom hebben we eigenlijk zoveel nodig, kunnen we niet gewoon bewust consumeren?
Dat was de vraag die ik mezelf stelde toen ik me realiseerde dat ik een keukenkastje vol uitheemse voedingsmiddelen had, zojuist een pond palo santo en witte salie had besteld, en me bedacht dat ik écht nog deze of gene kledingstukken nodig had, uiteraard van biologische fairtrade katoen. Ik had een tijdje terug een oliebrander gekocht en bedacht me dat ik daar écht nog een paar geurtjes voor moest kopen.
Bewust consumeren
Ik beschouw mezelf als een bewuste consument. Maar waarom moet er zoveel van de andere kant van de wereld komen om onze behoeften te bevredigen, onder het mom van ‘bewust consumeren’? Ik loop met enige verbazing door de biologische supermarkt: ‘de nieuwe vleesvervanger!’ (hoeveel hebben we er inmiddels al niet?). Een product in blik, een eiwitrijk restproduct van een productieproces op een ander continent. Dat moeten we allemaal proberen! Uit pure rebellie ging ik googlen op recepten voor oma’s bruine bonensoep. Fossiele brandstoffen om het hier te krijgen, een berg blikafval en nog meer fossiele brandstoffen om dat blik weer te recyclen.
Ik voelde me een beetje schuldig over de aankoop van die witte salie toen ik las dat de plant in het wild een beetje op begint te raken omdat westerlingen grootverbruikers zijn van het plantje. Zuid-Amerika eet geimporteerde rijst omdat alle quinoa naar westerse landen met een overdaad aan voedsel wordt geëxporteerd. En quinoa is inmiddels zo gewoon dat we allemaal aan de teff moeten. Wat is dat? Ik weet het niet en ik wil het ook niet weten. Waarom hebben we zoveel nodig?
Welvaart
In het westen gaat alles in superlatieven. Sinds de tijd van de VOC vinden we het volkomen normaal dat de welvaart van de hele planeet wordt afgeroomd en naar het rijke westen wordt verscheept. We menen daar recht op te hebben, zelfs in de bewuste scene. Want waar zijn we zonder zeven soorten fairtrade koffie, aurareinigende plantjes uit elk continent, granen uit iedere hoek van de wereld om onze kieskeurige magen te vullen? Maar geen vlees, want dat is slecht voor de planeet. Veganisme is bijna een soort aflaat geworden om iedere dag exotische gewassen te kunnen nuttigen. ‘Een vegetarier in een hummer is duurzamer dan een vleeseter’ las ik ooit in artikel over duurzaamheid, iets groen-groener-groenst-linksigs, ik weet het niet meer. Moeten we echt dagelijks 6 koppen notenmelkcappucino, een avocado, teff, quinoa, macapoeder en superfoods uit andere streken hebben? Waarom zo over the top? En een plakje Hollandse kaas is slecht voor het milieu? ‘Alles mag, want ik eet toch geen vlees.’ Misschien wel, maar waarom hebben we het allemaal nodig?
Waarom hollen we van het ene Zuid-Amerikaanse reinigingsritueel naar de volgende Aziatische ceremonie? Waarom zijn we zo hongerig? Waarom willen we alles, álles maar naar binnen harken, opeten, consumeren, verteren, opbranden, opsouperen? Zijn we gewoon niet nog steeds een beetje koloniaal met z’n allen met een spiritueel sausje er overheen? Hebben we misschien met z’n allen last van een leegte, een honger naar iets wat we niet kunnen definiëren? Vervang Louis Vuitton-tasje door cacaoceremonie en je ziet het verschil niet. Het is nieuw, spannend, exotisch en de massa doet het nog niet. Hebben!
En ik doe het zelf ook. Ik vertik het om de primark in te lopen, ik wil er niet dood gevonden worden. Maar ik koop net zo goed als de mensen die met balen vol met primarktassen in de trein zitten. Ik koop, mag ik zeggen, iets meer high-end? Iets meer classy? Maar voor het milieu maakt het niet uit of iets nou met of zonder keurmerk wordt ingevlogen. Waarom dat rottige gekoop? Ik heb geen leegte in mezelf hoor, ik mediteer, werk aan mijn bewustzijn, ik ben o zo verantwoord bezig. Maar waarom heb ik dat dan toch allemaal nodig? Waarom is het nodig?
Ik ben verhuisd en mijn woonplaats ligt tamelijk dicht bij Schiphol. Ik word keihard met mijn neus op de feiten gedrukt hoe verschrikkelijk veel wij vliegen met z’n allen. Gemiddeld 3 vliegtuigen per uur. Met uitschieters naar een half uur lang de één na de ander. Dat zijn 3x24x365=26280 vluchten per jaar, alleen al over de aanvliegroute over mijn huis heen. 26280 is veel. Daar zitten zakenmensen bij, vakantiegangers, mensen die dit jaar voor de derde keer een citytrip maken, vrachtvliegtuigen vol met meuk waarvan ik me afvraag waarom we dat perse willen hebben.
Bewust consumeren = Simpel leven
En in mij groeit een verlangen naar een simpel leven. Een leven zonder die druk van ‘[…] gaat mijn leven leuker (spiritueler, bewuster, groener, statusrijker (geef het maar toe) maken. Een leven waarin een gevoel van ‘genoeg’ overheerst. Een verlangen naar leven van de natuur, leven uit de tuin. Leven in tevredenheid zonder almaar meer te moeten hebben. Ook niet als dat spiritueel, bewust of wat dan ook is. Want bewust consumeren blijft consumeren en met al die labels leiden we onszelf alleen maar om de tuin. Ik betrap mezelf erop dat mijn drang om nieuwe dingen aan mijn leven toe te voegen, te maken heeft met de wens om oude zaken los te laten. Oude, niet duurzame kleren verbinden mij met een wereld waar ik niet blij van word. Overgecultiveerde gewassen, bewerkt eten, herinneren mij aan een landbouw en economie die de aarde schaadt. Zeker is de wens om duurzaam te leven er. Ik hoop, door al die ‘verantwoorde’ zaken aan te schaffen, een wereld om me heen te kunnen creëren die in mijn geest bestaat maar in de buitenwereld nog niet. Ik ervaar misschien geen leegte, maar wel een discrepantie tussen wat ik wil en wat er is. En in dat gat gaan we blijkbaar uit gewoonte kopen. Misschien hopen we wel gewoon dat de vraag het aanbod creëert, zoals we dat in onze cultuur leren. Dat, als we alle duurzame, people-planet-profit bedrijven maar steunen, er een trickle-down economie van duurzaamheid en welzijn ontstaat. Misschien hopen we het einde van dierenleed, uitbuiting en expansie te kunnen afdwingen door radicaal een andere economie te steunen, door het oude te laten verstikken door het letterlijk zijn levensadem af te nemen: onze hebzucht naar materiële zaken. Maar die hebzucht lijkt zich te verplaatsen naar andere domeinen. ‘Ik moet dat hebben’.
Waar zit hem die culturele armoede toch in? Het is bijna te cliché om het nog op te kunnen schrijven, maar we vliegen naar andere oorden om op facebook te kunnen zetten: ‘deze mensen zijn arm, maar zo gelukkig’. Nu is het heel simpel, die mensen hebben gewoon geen geld voor consumeren zoals wij dat doen. Het is niet beschikbaar. En kennelijk geeft dat rust, berusting. Misschien gewoon ouderwetse tevredenheid. Misschien zijn ze blijer met wat ze hebben omdat het allemaal niet zo vanzelfsprekend is. Misschien gaat er van soberheid wel een adelende werking uit die wij hier vergeten zijn. Maar twee dingen weet ik zeker: 1. overdaad maakt mensen onrustig. 2. Snijden in eigen vlees is de nobelste daad waar de mens toe in staat is. Als we nou eens de quinoa aan de Zuid-Amerikanen lieten, eens in eigen land op vakantie gingen, gewoon eens de prikkel om wat dan ook te kopen eens te weerstaan. Ik zeg niet eens dat we daar gelukkiger van worden. Maar misschien worden onze hoofden wat kalmer als we die hebbe-hebbe-hebbeprikkel wat laten uitdoven door hem niet steeds te voeren.